Plan

wonen in het duinlandschap

Grondbewerking voor aanplant
- De plantlocatie spitten op een zodanige diepte dat alle storende lagen worden gebroken en/of verwijderd tot aan de grondwaterspiegel.
- De gespitte grond dient vrij te zijn van puin, glas en overige verontreinigingen. Indien nodig de grond zeven.
- De grondkwaliteit/samenstelling afstemmen op het beoogde doel van het bomen inrichtingsplan en zondig verbeteren met bomen voedingsgrond.
 
Aanplant bomen
Het plantgat dient 50% breder te zijn dan de kluismaat van de te planten boom en een diepte tot ca. de kluithoogte, tot maximaal 0,10 m boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand. Voor de aanplant de boom indien nodig begeleiding snoei geven.
 
Wortelgeleiding
Bij oppervlakkig wortelende en/of groeiende bomen en altijd bij boomsoorten van de 1e grootte, worden bij een plantafstand van minder dan 2,00 m van paden wortelgeleidende schermen langs de verharding toegepast.
 
Plantwerkzaamheden
- Er mag uitsluitend worden geplant in de periode van 1 november tot 1 april.
- Bij weersomstandigheden onder de 0 graden mogen geen plantwerkzaamheden plaatsvinden. Bevroren kluiten mogen niet geplant worden.
- Bij bomen in verharding het beluchtingssysteem bij de boom aanbrengen.
- De voorziening voor waterwegen (gietrand) aanbrengen.
 

 

 

 

Interesse in Wonen aan de Otterschelp?

Neem contact op